Van de Zee
Aan Frederik van Eeden
- De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining,
- De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet;
- De Zee is als mijn Ziel, in wezen en verschijning,
- Zij is een levend Schoon en kent zichzelve niet.
-
- Zij wischt zich-zelven af in eeuwige verreining,
- En wendt zich altijd om, en keert weer waar zij vliedt;
- Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning
- En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
-
- O Zee, was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
- Dan zou ik eerst gehéél en gróót gelukkig zijn;
-
- Dan had ik eerst geen lust naar menschelijke belustheid
- Op menschelijke vreugd en menschelijke pijn;
-
- Dan wás mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
- Zou, wijl Zij grooter is dan Gij, nóg grooter zijn.
Uit: Verzen, 1894.
- --oOo-- -