- Ik ween om bloemen in de knop gebroken
- En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
- Ik ween om liefde die niet is ontloken,
- En om mijn harte dat niet werd verstaan.
-
- Gij kwaamt, en 'k wist—gij zijt weer heengegaan...
- Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
- Ik zat weer roerloos nà die korten waan
- In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:
-
- Zo als een vogel in den stillen nacht
- Op éés ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
- En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,
-
- Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
- Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
- Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.
- --oOo-- -