Ze loog. Ik zweeg.
- Ze loog. Ik zweeg. Toen loog ze weer.
- en nog steeds zweeg ik, nog een keer.
- Ik luisterde maar zong te laat
- het lied waar alles over gaat.
-
- Hoe moest ik zeggen wat ik voel,
- ze wist toch wel wat ik bedoel?
- Het is lied waarin je hoort
- wat voorkomt in geen enkel woord.
-
- Je hoort de waarheid in het lied -
- die noemen mensen meestal niet.
- Je bent de boot waar ik op zeil,
- jij bent de boog, en ik de pijl.
-
- Het is geen lied maar meer een taal,
- speciaal voor een speciaal verhaal.
- Het is muziek maar het is stil,
- het is precies wat jij wil.
-
- Jij het boek en ik de pen,
- en wat ik aan het schrijven ben
- is pracht en weelde, dag en nacht,
- voor ons en voor ons nageslacht.
-
- Zoals jij luistert naar het lied,
- zo zing ik het, en anders niet.
- Het is wat je er zelf van maakt,
- tenminste als dit woord je raakt.
-
- Dan laat ik meer dan woorden na
- op elke schone pagina.
- Het is nu wel genoeg gezegd.
- Dit is het lied: hoe nu echt
1999.
- --oOo-- -