Toe, Celia
- Toe, drink mij toe nu, met je oog,
- dan toost het mijne mee.
- Of zoen het glas en hef het hoog,
- dan doen we dat voor twee.
- De zieledorst verlangt, en gauw,
- een goddelijke spijs.
- Maar wie er nectar ruilt voor jou,
- Is volgens mij niet wijs.
-
- Laatst zond ik je een rozetak,
- maar niet alleen voor jou.
- Ik hoopte zo dat hij daar vlak
- bij jou goed bloeien zou.
- Je ademde en keek ernaar,
- en zond hem terug—nou ja!
- Hij groeit en bloeit sindsdien, echt waar,
- en ruikt naar Celia.
- --oOo-- -