Reeds is de winter
- Reeds is de winter ons voor goed gescheiden,
- de lente ergens ver, aadmende, wacht,
- de rulle sneeuw wordt van wit zwart en zacht,
- en komt met ploffen van de daken glijden.
-
- In de prikklende lucht, nu zoel als zijde,
- die op de stad hangt als vochtige vacht,
- komt nu een storm, die langs de breede gracht
- zoet regenwater brengt, alsof hij schreide.
-
- Zoet is de toovering van die droefheid,
- waarin zoo veel beloften slapend zijn,
- in dezen storm, van onbewuste vreugde.
-
- De donkre wolk, welks regen de storm teugde,
- hangt zwaar, en gaat diep in gezwollen lijn,
- terwijl de doffe stad droomende leit.
- --oOo-- -