De dag gaat open als een gouden roos
- De dag gaat open als een gouden roos;
- ik sta aan 't raam en zend mijn adem uit,
- het veld is stil, en nauwlijks één geluid
- breekt naar het koepelblauw bij tussenpoos.
-
- En in mijn kamer, als een donkre doos,
- waarvoor de parels hangen aan de ruit,
- ga 'k heen en weer, tot waar mijn wandling stuit
- en ik bij donkren wand stil peinzend poos.
-
- Ik heb 't gevonden, het mensengeluk,
- als moest ik worden vier en dertig jaar
- eer ik het vond, en ging veel trachten stuk
- in spannend worstlen en ijdel gebaar.
- Maar zo zeker als daarbuiten de zon de
- wereld befloerst, heb ik 't geluk gevonden.
- --oOo-- -