De bomen waren stil
- De bomen waren stil,
- de lucht was grijs,
- de heuvelen zonder wil
- lagen op vreemde wijs.
-
- De mannen werkten wat
- rondom in de aard,
- als groeven ze een schat,
- maar kalm en bedaard.
-
- Over de aarde was
- waarschijnlijk alles zo,
- de wereld, en 't mensgewas
- ze leven nauw.
-
- Ik liep het aan te zien
- bang en tevreden,
- mijn voeten als goede liên
- liepen beneden.
- --oOo-- -