Regen
- Turend zit ik alleen
- voor het raam.
- Nevellucht wasemt geween
- door het raam;
- de Zon is toegeloken,
- de winden bestoken
- de bomen.
- ‘k Voel ze weer komen,
- m'n rare dromen
- van heil en beminnen;
- Ze dringen mijn zinnen,
- de leege, weer binnen,
- weer binnen mijn hart,
- en wekken weer smart.
- Ik doe mijn oogen toe,
- 't is mij zoo bang te moe.
- --oOo-- -