4umi Charivarius : Het scheepsjournaal van de ark

Het scheepsjournaal
van de Ark

Het scheepsjournaal van de ark 
 Amsterdam, P.N. van Kampen & Zoon.
Omslag van de 6e druk, 1928(?).

door Noach

met hiëroglyphen door Cham

opgegraven door I.L. Gordon en A.J. Fruen

losbandig bewerkt door Charivarius

1925.


Ik
Ik

Cham
Cham

Log

Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Maandag - Woensdag - Vrijdag - Waschdag - Zondag - Donderdag - Zaterdag - Woensdag - Vrijdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag - Woensdag - Donderdag - Vrijdag - Zaterdag - Zondag - Maandag - Dinsdag

Woensdag, 2349 v. Chr. Koers — Ararat. Weer — helder en regenachtig. Wind — wakkerend. Zee — kalm. Vaart — 1 mijl.

Bijzonderheden

Anker gelicht. Last van mijn rumatiek. Ik voelde dat er regen zou komen. Een groote menigte had zich aan de kade verzameld om ons vaarwel te zeggen. — Ontving eene deputatie van de K.I.K.A. Zijn boden mij een paraplu met gouden knop aan. — Het vrouwvolk kreeg prachtige orchideeën. — De buren vragen of ik gek ben. — Het begon te regenen; de menigte ging uiteen. — ’t Was ’n heele herrie om de Ark vlot te krijgen. — Half uur te laat vertrokken. Cham vergist zich telkens in de krukken. Het strijkje van de boot speelde de volksliederen terwijl we wegzeilden. Ik verzond prentbriefkaarten aan al mijn vrienden; gaf ze aan de loods om te posten. Zette hem af om 7.30. Het speet me dat hij ging. — De lading houdt zich heel rustig. — Benieuwd of ik last van zeeziekte zal hebben.


Donderdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — aanwakkerend. Zee — nog kalm. Vaart — 2.

Bijzonderheden

Het heeft de heele nacht en vandaag geregend. Mijn vrouw wil met alle geweld de beneden-kooi hebben. Ik moest het laddertje op. Als ik val en mijn nek breek is ’t haar schuld. — Ik bracht de morgen door met het lezen van mijn brieven. Verscheiden bladen bieden mij een halve sikkel per woord voor mijn reisbeschrijving. Een impressario wil me laten optreden in de revue als ik terug kom. De universiteit van Bagdad verzoekt mij haar mijn hersens te vermaken. — Mevrouw Japheth heeft een van haar hutkoffers vergeten, en wil dat we teruggaan. — Cham zegt dat hij meent te weten welke krukken hij om moet draaien om de Ark te laten stoppen.


Vrijdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — ’t zelfde als gisteren. Zee — zeer kalm. Vaart — 1 ½. Draadloos bericht — de badplaatsen doen goede zaken. Alle hotels vol.

Bijzonderheden

Vanmorgen zijn we aan den grond geloopen. Mijn vrouw en de meisjes schrokken zich een ongeluk. Ik seinde om een sleepboot; deze heeft ons vlot gebracht. De kapitein eischt zijn hulploon. Ik verwees hem naar de assuradeurs. Ik denk niet, dat hij ooit ’n cent zal zien. — Het slapen gaat niet best. Mijn kooi is te smal. Die scheepskooien — ik slaap net zo lief in een Pullmancar. — Mijn vrouw heeft last van de beweging van het schip. Ik merk er niets van, maar het gestamp van de machines is hoogst onaangenaam. — Ik heb vandaag niet veel gegeten. — Mijn lading houdt zich nog kalm. Ik maak me alleen wat ongerust over de twee rupsen. Als ’t eens geen paar was?


Zaterdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — gedraaid. Zee — ’t zelfde als gisteren. Vaart — 2.

Bijzonderheden

Ik werd van morgen gewekt door den haan. — De oudste inwoners herinneren zich niet, dat ’t ooit zoo geregend heeft. — ’t Is geen pretje uren achtereen zo op de brug te staan. Ik had gedacht dat de kapitein van de Ark niet veel anders te doen had, dan wat met de dames te smoezen. Een schip van deze afmetingen en een zoo gemengde lading legt een zekere verantwoordelijkheid op. Lijden we schipbreuk, dan kan dat de ernstigste gevolgen hebben voor het nageslacht.

— Alle teekenen wijzen op ongewoon hoog water. We kwamen vandaag verscheiden bergen voorbij. Wat zien bergen er grappig uit zonder dalen erbij.

Ik leer de kaart lezen. — Japheth klaagt er over, dat de triceratops prorus, de iguanodon bernissartensis en de dinosaurus niet eten. — Mijn vrouw zegt dat de Ark naar een stal begint te ruiken. Kan ik het helpen? — Ik nam een bad.


Zondag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — sterker. Vaart — 1.

Bijzonderheden

Ik heb het nog nooit zoo zien regenen. Het viel de heele dag met bakken uit de lucht. Er is geen predikant aan boord, zoodat ik zelf heb moeten preeken. Ik nam tot tekst Genesis 7:7. Mevrouw Sem begeleidde de gezangen op het spinet. — De zee van middag iets woeliger. — ’t Was ’n toer om Cham in de machinekamer te houden. Hij is liever lui as moe. — Zijn vrouw kiest altijd zijn partij. Ik zie aankomen dat ik nog eens ruzie met haar krijg. — Ik hoop maar dat we niet in zoo ’n waterhoos terecht komen, waar ik wel eens van gelezen heb. — De lading nog rustig. — Als we nu maar geen last krijgen van die geniepige duikbooten.


Maandag. Koers — rechtdoor. Weer — regen. Wind — N.O. Vaart — ½.

Bijzonderheden

Het vrouwvolk maakte ’n herrie van je welste. Het was te nat buiten om de wasch op te hangen. Ik had gezegd dat ze linnengoed voor zes weken mee moesten nemen. — Inspecteerde de hutten. Alles keurig in orde en hygiënisch. Enkele van de beesten zitten wat nauw, maar daar kan ik niets aan doen, als iedere mammouth twee hutten beslaat. De Shetland pony’s moesten eigenlijk wat beweging hebben, maar het regent maar aldoor. Mijn vrouw heeft weer klachten. Ze kan niet tegen de beweging van het schip, en ze vindt het een afschuwelijke gedachte dat de Fransche poedels bij de rhinoceros gepakt zijn. — Roerend goed wordt schaarsch. Ik heb de autobanden overboord laten gooien. Ik wist niet wat ik er mee moest doen.


Dinsdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — ’t zelfde. Vaart — ’t zelfde. Draadloos bericht — Hoog water in Babylon. Alle winkels onder water. Schuiten in de straten.

Bijzonderheden

Die kooi van me lijkt wel gemaakt van gewapend beton. Alle eetlust verloren. ’t Eten smaakt me niet. Voelde me op ’t dek ’n beetje beter. Ik ben nog nooit van mijn leven zeeziek geweest. Zou ’t dat zijn? Morgen ben ’k weer beter.


Woensdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — sterker. Zee — tamelijk onstuimig. Vaart — ¼.

Bijzonderheden

Regen en wat stormachtiger. Ik heb me nog nooit zoo vreemd gevoeld. Niet aan tafel geweest. Ik geloof niet dat ’t van het slingeren van ’t schip komt, maar van de etenslucht. Ik zit maar ’t liefst doodstil in mijn dekstoel van de frissche lucht te genieten. — Mevrouw Japheth bracht me vanmiddag een broodje met sardines. ’n Gemeene streek. — Ik kon niet van mijn plaats. Ik wou dat ik weer vasten grond onder mijn voeten had. Mijn vrouw is hinderlijk. Ze vraagt me voortdurend wat ze voor me kan doen. Waarom kunnen de menschen me toch niet met rust laten? Zou ik zeeziek zijn? Morgen ben ik weer zo lekker als een kip.


Donderdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — sterker. Zee — afschuwelijk. Draadloos bericht — ’t Werk aan den toren van Babel gestaakt.

Bijzonderheden

Stormachtiger en harder regen. Probeerde vanmorgen op te staan, maar ’t lukte niet. Bij elke beweging van de Ark voel ik me ellendig. Ik kan er niets inhouden. Mijn vrouw bracht me warme limonade en pap in mijn hut. ’t Idee alleen al maakt me ziek. Ik begrijp niet waarom ze juist vandaag uien moesten braaien. — De tweede officier kwam me vanavond vertellen, dat ik de wacht had. Ik zei dat de Ark ’t best zonder mijn wacht kon stellen. Hij antwoordde dat we zouden vergaan als er niemand op de brug stond. Ik zei, dat me dat niets zou kunnen schelen. — Mevrouw Cham zegt dat er geen zeeziekte bestaat. Ze beweert dat het een geestestoestand is. Waarom kunnen de menschen me toch niet met rust laten? — Morgen ben ik weer kiplekker.


Vrijdag. Koers — . Weer — . Wind — . Zee — . Vaart — . Draadloos bericht — .

Bijzonderheden

. . . . . ! ! !


Zaterdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — afnemend. Zee — kalmer. Vaart — Ik heb vergeten te kijken.

Bijzonderheden

Ik schrijf dit in mijn kooi. ’t Heeft gisteren zeker geregend. O! het was bar! Ik denk, dat ik zeeziek geweest ben. Ik heb ’t nog nooit zoo op mijn zenuwen gehad. Hu! ’t Was ontzettend-afschrijselijk! Ik had een gevoel of ik in zoo ’n moderne lift zat. En dan, al die menschen, die me den heelen dag liepen te vervelen met d’r gezanik. Ik verlangde alleen te sterven. Ik heb ze gezegd, waar mijn testament lag. — Japheth zei dat ik leverworst moest eten. Dat was een weloverwogen aanslag op mijn leven. Mevrouw Sem liet me op een stuk citroen zuigen, en gaf me een patent-middeltje tegen zeeziekte in. Ik was half dood toen ik ’t op had. Mijn vrouw zat me maar over mijn haar te strijken, en vroeg den heelen tijd wat ik nu eens wou eten. Cham kwam met levertraan aanzetten. Ik wou hem een klap om zijn ooren geven, maar ik had de kracht er niet toe. Mijn eenige troost was Sem. Ik hoorde hem zeggen: “Ga jullie toch weg, en laat den ouwen baas met rust!” Dat was hartelijk van hem. — Ik hoop morgen weer heelemaal frisch te zijn. — Ik heb mijn bad overgeslagen.


Zondag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — ’t zelfde. Zee — kalmer. Vaart — ’t zelfde als gisteren.

Bijzonderheden

’t Regent nog steeds. Godsdienstoefening uitgesteld tot vandaag acht dagen. — Ik ben even aan ’t dek geweest. Ik voel me nog ’n beetje melig. De officieren beschuldigen me van zeeziekte. Ik ben niet zeeziek geweest. Ik heb iets gegeten waar mijn maag niet tegen kan. — Ik mis de Zondagsbladen. — De mannetjes-olifant kreeg vanmiddag ineens hevige tandpijn. Ik probeerde de tand te trekken, maar ik was te zwak.


Maandag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — geen wind. Zee — in orde. Vaart — 3. Draadloos bericht — perzik- en aardappeloogst mislukt.

Bijzonderheden

Het regende harder dan gewoonlijk. — De olifant was vanmorgen veel beter. — Er staat een grappig apparaat op de brug, met N. Z. O. W. in drukletters er op. Sem en Cham beweren dat het een spel is. Zij draaien de naald rond, en dan wedden ze, waar die stil zal staan. Sem zet zijn geld altijd op N. en wint. Ik mag niet op N. spelen. Ik houd Sem voor een kwartjesvinder. — Wat ’n Weer! ’t Lijkt wel ’n zondvloed. — Ik voel me vandaag wat beter.


Dinsdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — stilte. Zee — slecht water. Snelheid — 3. Draadloos bericht — geen.

Bijzonderheden

Mijn vrouw heeft weer wat te klagen. Ze zegt dat d’r haar van dien regen uit de krul gaat. Morgen klaagt ze natuurlijk over de zon. — De kameelen hebben vier dagen geleden gedronken, en sedert geen druppel meer door de keel gehad. — Sem en Cham lieten mij vandaag op N. spelen. Ik verloor twee sikkels. Dat instrument is bezeten. — Volgens den almanak moeten we vandaag mooi weer gehad hebben.


Woensdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — flauwe koelte. Zee — afgeslecht. Vaart — 4½. Draadloos bericht — vandaag geen.

Bijzonderheden

Mijn vrouw is gewoon verliefd op de diplodocus carnegiei. Die twee zijn tegenwoordig altijd samen. — Ik heb weer op dat machien gespeeld. Verloor. Net voor ik wegging, zag ik Sem een hoefijzer houden waar hij de naald wou laten ophouden. Toen ik ’m betrapte, zei hij, dat ’t een gelukshoefijzer was. Ik heb ’m nou in de gaten. Ik zal ’t ’m morgen betaald zetten. Noach is er ook nog! — Ik vergeet altijd aan welken kant van ’t schip het roode licht moet staan. Verwacht wordt: regen.


Donderdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — Zuid. Zee — zoo als gewoonlijk. Regenval — vijf centimeter. Vaart — 2.

Bijzonderheden

Ik heb vanmorgen een hoefijzer van de merrie afgenomen. Ik zette tien sikkels op de W. Bij die letter hield ik mijn geluksijzer. Sem ’t zijne bij O. Sem won. Ik schei er mee uit, met dat spel. — Ik denk dat de kameelen ziek zijn. Ze willen niet drinken. — Ik zie nergens land. — Mijn vrouw verveelt zich ook. Ik heb haar gevraagd de onderste extremiteiten te tellen van de duizendpoot.


Vrijdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — standvastig. Zee — net als gisteren. Vaart — 1.

Bijzonderheden

Het weer heeft ’t nog steeds niet op ons voorzien. — Ik heb Sem’s geluksijzer gevonden. ’t Is een magneet. De schurk! — Van morgen heb ik eens ’t een en ander over dieren zitten lezen. — Ik wou dat ik er half zooveel van af wist als Aesopus. — Er was vanmorgen bijna een groot ongeluk gebeurd. Een van de kikkers sprong overboord. We streken gauw de reddingsboot en hadden ’m binnen ’t kwartier op ’t droge. — De kost aan boord is best. Maar ’t is toch nooit zooals ik ’t bij moeder thuis kreeg.


Zaterdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — van achteren. Regen — 3½ centimeter. Vaart — 4. Zee — veel dieper.

Bijzonderheden

Ik heb van nacht niet goed geslapen. De regen op het dak houdt me wakker. — Mijn vrouw spijkert op alle hoeken van de Ark borden met Verboden te rooken. — We raken wat in de war met de koers. Als de aarde rond is, komt alles terecht. Als die plat is, hebben we kans er af te duikelen. Wij, menschen van de Oudheid, staan er wel heel onhandig voor. Ik wou dat Columbus wat eerder geleefd had. Japheth en ik hebben de heele morgen uit zitten rekenen waar we zijn. Volgens hem zeilen we ten Zuiden van de Doode Zee. Ik heb uitgerekend dat we boven Sheba zitten. Ik heb gelijk, want ik ben de kapitein. — Ik heb Cham een standje moeten geven, omdat hij wormen gapte. Ik wed dat hij morgen uit visschen wil gaan. — Ik heb een bad genomen. —

De kameelen willen nog maar steeds niet drinken. —


Zondag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — koude wind. Zee — ’t zelfde. Vaart — 2.

Bijzonderheden

Geen dienst. Sem kwam van morgen mijn hut binnenhollen. Hij was in een toestand van de grootste opgewondenheid. Hij zei dat de bothriospondylus madagascariensis, de metriorhynchus superciliosus, en het langhoornige bronthotherium uit d’r kooien waren geklauterd en met de macanchenia patagonica en de testudo periniana aan ’t vechten waren. Ik ging naar beneden en zag dat de bothriospondylus madagascariensis, de metriorhynchus superciliosus en het langhoornige brontotherium niet met de macanchenia patagonica en de testudo periniana aan ’t vechten waren maar met het sceliditherium leptocephalum en de pachydiscus peramphus. De machairodus negaeus, de horplophorus ornatus en de pareiasaurus serridens werden wakker van ’t lawaai. Ze begonnen tevreden te spinnen. Ik mag wel blij zijn dat de vechtersbazen niet op me stapten toen ik ze uit mekaar joeg. Gott strafe de kerel die zulke namen voor die beesten bedacht heeft.


Maandag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — droog. Zee — slecht. Vaart — 2.

Bijzonderheden

Twintig dagen onderweg. De kameelen hebben vandaag een slokje genomen. — Voor ’t eerst sedert de tiende. Blij dat ik geen kameel ben. Ik heb de weddenschap over de vaart van ’t schip gewonnen. — We moeten voortdurend op de vliegen passen, dat ze niet op ’t vliegenpapier gaan zitten. — Sem klaagt, dat de leeuwen zooveel vleesch eten. ’t Vleesch is duur tegenwoordig. Ik zal eens probeeren ze hooi te voeren. — We gebruiken de zonnewijzers weer. De struisvogel is van nacht in de kaartenkamer ingebroken en heeft de scheepschronometer opgeslikt. — De omtrek van de olifant is 24 zwemvesten.


Dinsdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — schikt nog al. Zee — tikje terug. Vaart — ½.

Bijzonderheden

Harder regenen dan vandaag kan ’t niet. Ik heb nu alle weerberichten gelezen, maar zooiets is nog nooit vertoond. — Ik wou dat ik wat meer dierentuinen had bezocht, toen ik nog op ’t vasteland woonde. Ik weet wel bijna alles van de dieren af, maar toch nog niet alles. Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom de kanaries altijd de inktvisch te lijf gaan. — De meisjes hebben den middag doorgebracht met bridge. Hoogloopende ruzie. — Mijn vrouw heeft haar diplodocus carnegiei “Hannes” genoemd. ’t Is géén gezicht ze samen op ’t dek te zien kuieren.


Woensdag. Koers — recht door. Weer — regen. Wind — erger. Zee — erger. Vaart — ¼.

Bijzonderheden

De typhusbacillen zien wat bleek. Ik weet niemand om ze er in mee te voeren. Ik denk er soms half over ze in zee te gooien, maar dat kan ik dan weer niet over mijn hart krijgen. — Mijn regenjas lekt. Ik heb kou gevat. Mijn vrouw heeft me vanavond een warm voetbad gegeven, met mosterd. Ik heb twee kop camillen-thee gedronken. Cham wou me met zoo ’n patent-geneesmiddel opknappen. Dank je wel. Ik houd me bij de oude beproefde medicijnen. De Ark is geen geschikte plaats voor jichtlijders. — Ik betrapte Cham vandaag toen hij een hieroglype van me zat te maken.


...


Zaterdag.

Bijzonderheden

Mijn vrouw is vandaag jarig. Ik heb haar een kristallen slabak gegeven, omdat ik daar zoo graag de sla uit eet. Na de koffie tracteerde ik op een toertje op Jumbo.


Zondag, 31 December 2349 v. Chr.

Bijzonderheden

Op dit oogenblik is ’t overmorgen. We zijn allen op gebleven om Oud en Nieuw te vieren. Gelukkig dat de oesters gejongd hadden. Daardoor hadden we oesters en champagne. ’s Middags liet ik een familiegroep maken.


Maandag, 1 Januari 2348 v. Chr.

Bijzonderheden

Wij wenschten elkaar het compliment van den dag. Ik ben bezield met goede voornemens. Het rooken ga ik afschaffen, en het vloeken — lang voor de invoering van het vloekverbod. — We zijn nu net boven Parijs. Een tentatie voor de meisjes.


Dinsdag.

Bijzonderheden

We hebben van avond een voorstelling gegeven. Stomvervelend, behalve wat ik deed. Dat was sensationeel. Na afloop hield ik een collecte voor de Joodsche Invalide. Cham beitelde er een welgeslaagde schets van.


Woensdag.

Bijzonderheden

De schildpad heeft een tweeling gekregen. — De beide hanen hebben verschrikkelijk gevochten. Ik heb ze nu maar op houten kruisjes vastgespijkerd.


Donderdag.

Bijzonderheden

Er is weer een rhinocerosje gekomen. — En een Hannesje. Hannes is een vrouwtje. Ik heb ’t altijd wel gezegd, maar mijn vrouw bestreed het. Ze vertroetelt het beestje.


Vrijdag.

Bijzonderheden

Twaalf katjes geboren. ’t Wordt te gek. Ik heb de ooievaars opgesloten.


...


Donderdag.

Bijzonderheden

Heden gebruikte ik de sextant, of hoe zoo ’n ding mag heeten. Ik zie toch liever met mijn bloote oog.


Vrijdag.

Bijzonderheden

Vandaag heb ik een ekster uitgezonden om te zien of we soms ergens aankwamen. — ’s Avonds was ’t beestje nog niet terug. Toen heb ik ’t eens met een duif geprobeerd. Je hoort zooveel van postduiven. — Om den tijd te korten heeft mevrouw Cham wat kaart gelegd. Hannes toonde groote belangstelling. Van mij voorspelde ze dat ik een jonge blonde vrouw zou krijgen en een lange reis zou ondernemen. Ik denk er niet over. We gaan stil leven ergens van de opbrengst van de Ark, die ik laat bezichtigen.


Zaterdag.

Bijzonderheden

De ekster is nog niet terug. Doet er niet toe, ik heb ’t ei. ’t Ligt in de broedmachine. — Hoera! Daar is de duif. Met een olijftak in zijn snavel. — We hadden vandaag versche olijven als hors d’ oeuvre.


Zondag.

Bijzonderheden

Land in zicht. Ik gaf een afscheidsdiner. Toevallig juist onze 500 jarige bruiloft. Onze radium bruiloft. Er is zeer hartelijk gesproken. Onze oudste jongen werd wat suf aan ’t dessert. —


Maandag.

Bijzonderheden

Er heerst een zeer gedrukte stemming vandaag.


Dinsdag.

Bijzonderheden

Quarantaine gepasseerd 9.15. Ararat in ’t zicht. Mooie berg, maar erg modderig. We druk aan ’t inpakken voor de aankomst. Nu komt het gezanik met de fooien. Ik geef de hofmeester alleen, die moet dan maar verdeelen. — Ik heb veel geleerd op dit tochtje. Een ding is zeker, de volgende zondvloed ga ik niet meer mee.

Land.

- --oOo-- -
 Charivarius English is Tough Stuff Uitkomst-rijm Serenade De stijl Charivaria Ruize-rijmen Het scheepsjournaal van de ark Herscheppingen