Ik raak vervreemd van alles en van allen
- Ik raak vervreemd van alles en van allen,
- van dingen die voor mij van waarde zijn geweest,
- van vrienden en van vrouwen wel het allermeest;
- zij duiken weg onder de duizendtallen.
-
- Soms komen 's avonds zij mij overvallen.
- Hij zegt: ga mee naar die of die, er is een feest;
- zij klaagt: waar ben je al die weken toch geweest?
- Ik wacht tot ik de deur weer dicht hoor vallen.
-
- Ik neem het boek, waarin ik zat te lezen,
- maar weet de zin niet meer van wat ik las;
- ik sluit mijn ogen om anders niet te wezen
- als een vergeten woord, een ledig glas,
- een ouder wordend man, die merkt nu pas
- dat van eenzelvigheid hij niet is te genezen.
Uit: Het onontkoombaar lied, 1985
- --oOo-- -