Hollands lied
- Ik weet, ik weet zo zeker als mijn hart
- Zijn eigen maatslag kent,
- Dat Holland, thans geteisterd en gesard
- Herrijzen zal in 't end.
-
- Daar zal geen dag, geen uur meer zijn voortaan,
- Dat ik niet voor mij zie,
- Het puin in straten die ik ben gedaan,
- De doden die zijn voorgegaan,
- Weerloos, langs Maas en Schie.
-
- Ik vraag het elke vijand, die oprecht
- En trouw dient volk en land:
- Noemt gij dat Recht, werd dit u toegezegd?
- Een stad tot op de grond geslecht,
- Walmend en leeggebrand.
-
- Vraag het aan elke vijand, niet aan 't rot, 1
- Dat op de borst zich slaat,
- Zich uitverkoren acht en dat verzot
- Na-aapt, en botter is dan bot—
- Zeg dan alleen: verraad!
-
- Zo één gevoel hier gerechtvaardigd zij,
- Ik zeg: het is de haat,
- Die 'k niet begeer, maar anderen dan wij
- Vergrepen zich aan 't volk, dat vrij
- En frank was in zijn staat.
-
- Ik weet, ik weet zo zeker als het bloed
- In 't Sticht en 't Zeeuwse land,
- In Brabant, 't Gelderse de voren voedt—
- Eén is er die mijn volk behoedt
- Al schijnt het overmand.
-
- Vertrouw gerust daarop, maar laat niet af,
- Ook al beheerst ge uw hand,
- Gedenk de vele doden in hun graf,
- Waarvan elk een zijn leven gaf,
- Voor ons klein Vaderland.
-
- Die eenmaal hier geboren werd, hij weet—
- En weet dat voor altijd—
- Dat hij één vroege Meimaand nooit vergeet,
- Vijf dagen zwart van rouw en leed,
- Hij is ten strijd bereid.
Uit: Geuzenliedboek, 1940-1945
Notes
- rot: de rij van manschappen die achter elkaar staan bij een opstelling van een troepenafdeling
- --oOo-- -