4umi Jan Campert : Kerend getij

Kerend Getij

In kloeke, mannelijke taal vertelt Jan Campert in deze boeiende Zeeuwse roman vol actie, treffend getypeerde karakters en knappe natuurbeschrijvingen, over de levens van mensen op het vooroorlogse platteland—mensen even stug en onhandelbaar als de klei waarop zij werden geboren en even onstuimig als soms de Zeeuwse wateren. De oorspronkelijke titel van het werk luidde in 1935 Wier; pas later, bij de heruitgave door Amsterdam Boek ontstond de titel Kerend Getij.

Niemand heeft ooit begrepen waar een luiwammes als Jaap Ingelse zo'n pront en knap wijf als Tanne vandaan had gehaald. Ze kwam uit Rotterdam—zoveel wisten de mensen in het Walcherense dorp wel—en het kind, Arjaan, werd vier maanden na de trouwdag geboren.

Zonder haar had Jaap zijn baantje als lichtwachter nooit kunnen houden. En toen hij stierf, was het dan ook heel vanzelfsprekend dat Tanne zijn werk voortzette. Al gauw moest iedereen haar nageven dat zij zich beter van haar taak kweet dan haar man ooit had gedaan. Na Jaaps dood heeft Tanne enige tijd een verhouding gehad met Lou van Zakke, de stroper en zwerver. Tot zij genoeg kreeg van zijn lompe ruwheid en hem voorgoed de deur wees. Maar Tanne heeft zich vergist als ze mocht hebben gedacht dat Lou zich zo maar zou laten afschepen. Daar is Lou helemaal de man niet naar. Zeker niet als hij meent dat er een nieuwe minnaar in Tonnes leven is gekomen. Want wat moet Lou ervan denken, wanneer hij de jonge Gabe Vader zo vaak ziet staan praten met: Tanne? Wel, als je het Lou vraagt, is hij er vast van overtuigd dat Gabe verliefd is op de struise vrouw met haar donker vlammende ogen en gitzwarte haar, die met één blik iedere gezonde kerel de kop op hol jaagt. Sinds Gabes verkering met Wanne, de dochter van de rijke boer Cysouw, verbroken is, heeft Lou van Zakke hem meer in de omgeving van het lichtwachtershuisje gezien dan hem zint. Is het dan een wonder dat de stroper een steeds groter wordende wrok gaat koesteren tegen zijn rivaal?

- --oOo-- -
 Jan Campert Kerend getij Intermezzo In memoriam J.H. Leopold Het lied der achttien doden De drie vluchtelingen Hollands lied Rebel In mineur Ik raak vervreemd van alles en van allen