Spiegeling
- Een duivenveeren hemel weerspiegelt in de zee,
- Blauw licht dampt tusschen hemel en stiller hemelbeeld.
-
- Ter eene en andre zijde rondt zich de kling der kust
- Naar een vervloeiden einder van zee, lucht, land en mist.
-
- De erinnering wordt wakker aan een verloren schoon;
- Een oud gevoel keert weder van uit een langen droom.
-
- Een droom van stemmen en van gelaten en gerucht
- En steeds vermoeider worden, en dien men leven zegt.
-
- 't Was eerst een eindloos hunkren, een dwalen her en der,
- Werd toen een daaglijksch derven, en toen ook dat niet meer.
-
- —Het uur wordt later, 't duister groeit door het grijze heen.
- Een parelzwarte hemel schaduwt de schemerzee.
Insomnia
- Denkend aan de dood kan ik niet slapen,
- En niet slapend denk ik aan de dood,
- En het leven vliet gelijk het vlood,
- En elk zijn is tot niet-zijn geschapen.
-
- Hoe onmachtig klinkt het schriel `te wapen',
- Waar de levenswil ten strijd mee noodt,
- Naast der doodsklaroenen schrille stoot,
- Die de grijsaards oproept met de knapen.
-
- Evenals een vrouw, die eens zich gaf,
- Baren moet, of ze al dan niet wil baren,
- Want het kind is groeiende in haar schoot,
-
- Is elk wezen zwanger van de dood,
- En het voorbestemde doel van 't paren
- Is niet minder dan de wieg het graf.
- --oOo-- -