Het huisje in de duinen
- Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
- Het late middaglicht was warm en bronzen,
- en de ongerepte stilte klonk als gonzen
- van vele kleine vleugelen te zaam.
-
- En achter het beschutte, kleine huis
- verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
- een strakke hemel stond boven hun kruinen;
- haast niet te horen was het zeegeruuis.
-
- Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,
- één ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar,
- de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
- binnen de grens van een beperkt bestaan.
-
- Welke is die mensen ingeschapen drang,
- die geen vervulling duldt van het begeerde,
- maar altijd van hun zwakke harten weerde,
- waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?
- --oOo-- -