De gelatene
- Ik open het raam en laat het najaar binnen,
- het onuitsprekelijke, het van weleer
- en van altijd. Als ik één ding begeer
- is het: dit tot het laatste te beminnen.
-
- Er was in 't leven niet heel veel te winnen.
- Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
- als men zich op het wereldoude zeer
- van de miljarden voor ons gaat bezinnen.
-
- Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
- hunkren naar onverganklijke beminden,
- en eenzaamheid is dan gemis en pijn.
-
- Dat is voorbij, zoals het leven haast.
- Maar in alleen zijn is nu rust te vinden,
- en dan: 't had zoveel erger kunnen zijn.
- --oOo-- -