De Dapperstraat

De Dapperstraat omstreeks 1946.
- Natuur is voor tevredenen of legen.
- En dan: wat is natuur nog in dit land?
- Een stukje bos, ter grootte van een krant,
- Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
-
- Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
- De in kaden vastgeklonken waterkant,
- De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
- Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
-
- Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
- Het leven houdt zijn wonderen verborgen
- Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
-
- Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
- Verregend, op een miezerigen morgen,
- Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
Uit: Quiet though sad, 1946.
Als muurgedicht aangebracht op een gevel in de
Dapperstraat in Amsterdam. De straat is vernoemd naar de zeventiende-eeuwse volkenkundige
Olfert Dapper.
Bloem woonde korte tijd om de hoek aan het Oosterpark.
Variaties
Er bestaan diverse
variaties. Zo schreef een anonieme dichter, die de kapper op nummer 7 kende:
- De vader van Karel Appel
- maakte zich niet te sappel.
- Hij was met zijn kapperszaak
- Domweg gelukkig in de Dapperstraat.
- --oOo-- -