Aanvaarding
- Toen ik jong was, bestond ik in vormen
- Van het leven, dat komen zou;
- Een vervoerend de wereld doorstormen,
- een lied en een eindlijke vrouw.
-
- Het is bij droomen gebleven;
- Ik heb, wat een ander ontsteelt
- Aan het immer weerbarstige leven,
- Slechts als mogelijkheden verbeeld.
-
- Want ik wist door een keuze verloren
- Ieder ander verlokkend bestaan
- Ik heb dan ook niets verkoren,
- Maar het leven is voortgegaan.
-
- En het eind, dat ik wilde ontvluchten,
- Is den aanvang gelijk, dien het had:
- Onder Hollandsche regenluchten,
- In een kleine Hollandsche stad.
-
- Ingelijfd bij de bedaarden
- Wordt het hart, dat geen tegenstand bood.
- Men begint met het leven te aanvaarden
- En eindlijk aanvaardt men den dood
Uit: Sintels, 1945.
- --oOo-- -